Kort antwoord: bijten komt veel voor bij kinderen tussen ongeveer 1 en 3 jaar. Meestal zit er geen kwade bedoeling achter. Een peuter bijt omdat de woorden nog ontbreken, omdat het te druk of te veel is, omdat het frustratie niet kwijt kan of omdat het iets in de mond nodig heeft. Als je ontdekt wat er vlak voor het bijten gebeurt, weet je ook hoe je het kunt voorkomen.
Je kent het vast. Het is net gezellig rustig in de groep en ineens hoor je een gil. Er staat een afdruk van tandjes op een arm en jij denkt: niet weer. Misschien voel je ook meteen de gesprekken met ouders aankomen. Dat is heel begrijpelijk. Maar als we alleen op het bijten reageren, blijft het vaak doorgaan. Daarom wil ik je meenemen naar de vraag die ertoe doet: waarom bijt dit kind?
Waarom bijten peuters?
Bijten is gedrag, en gedrag is altijd een boodschap. Bij jonge kinderen zie ik een paar oorzaken steeds terugkomen.
De woorden zijn er nog niet. Een peuter wil het speelgoed terug, wil dat een ander kind weggaat of wil laten merken dat hij boos is. Het hoofd is er al klaar voor, maar de taal nog niet. Bijten is dan snel en het werkt.
Het is te veel. Een volle groep, veel geluid, een overgangsmoment waarin iedereen tegelijk zijn jas aan moet. Sommige kinderen raken dan overprikkeld en bijten om zichzelf lucht te geven.
De mond heeft iets nodig. Bij doorkomende tandjes, of bij kinderen die veel prikkels zoeken via hun mond, is bijten soms gewoon een lichamelijke behoefte.
Contact zoeken. Het klinkt gek, maar bijten levert veel reactie op. Een kind dat weinig aandacht krijgt of niet weet hoe het contact maakt, ontdekt dat bijten in elk geval iets in beweging zet.
Ontdekken. Jonge kinderen onderzoeken de wereld met hun mond. Wat gebeurt er als ik dit doe? Soms is het nog echt uitproberen.
Wat doe je op het moment zelf?
Ga eerst naar het kind dat gebeten is. Troost, kijk naar de plek en geef dat kind je aandacht. Daarmee laat je ook aan het kind dat beet zien dat bijten geen aandacht oplevert.
Zeg daarna kort en rustig tegen het kind dat beet: “Bijten doet pijn. Dat mag niet.” Geen lange uitleg, geen boze stem. Een peuter kan op dat moment nog niet veel informatie verwerken.
Geef het kind vervolgens woorden voor wat er in hem omging: “Je was boos. Je wilde de auto.” Zo voelt het kind zich gezien, en leert het dat zijn gevoel er mag zijn, ook al mocht het bijten niet. Laat daarna zien hoe het de volgende keer wél kan: “Wil je de auto? Dan vraag je: mag ik?” of “Kom naar mij toe, dan help ik je.” Het doel is niet om het gedrag te vervangen door ander gedrag, maar om het kind te helpen zijn gevoel en zijn wens onder woorden te brengen, met jou als steun.
Kijk naar wat er vlak ervoor gebeurde
Hier zit de echte oplossing. Houd een week lang bij wanneer het bijten gebeurt. Welk moment van de dag was het? Bij wie? Wat gebeurde er net daarvoor? Na een paar dagen zie je bijna altijd een patroon. Misschien is het steeds bij het opruimen, of steeds als het kind moe is, of steeds bij dezelfde speelhoek.
Dit is precies waar de Ik Zie Jou Methode over gaat. Je stopt met het label “de bijter” en je kijkt naar de aanleiding en de behoefte. Zoekt dit kind zekerheid, omdat de overgang te onduidelijk is? Of zoekt het verbinding, omdat het niet weet hoe het anders contact maakt? Als je de behoefte ziet, kun je er iets mee.
Zo voorkom je nieuw bijtgedrag
Geef het kind woorden en gebaren die het kan gebruiken, en oefen die ook als het rustig is. Maak overgangsmomenten voorspelbaar, bijvoorbeeld met een vast liedje of plaatjes van het dagritme. Blijf dichtbij op de momenten waarvan je weet dat het misgaat. En heeft het kind echt iets in de mond nodig? Bied dan een bijtring of iets knapperigs aan tijdens het eten.
En de ouders?
Vertel de ouders van het gebeten kind wat er gebeurd is en hoe je het hebt opgevangen. Noem daarbij niet de naam van het kind dat beet, dat is niet aan jou om te delen. Ga ook in gesprek met de ouders van het kind dat bijt. Niet als klacht, maar samen: wat zien jullie thuis, en wat werkt daar? Ouders voelen zich vaak schuldig of schamen zich. Als je laat merken dat bijten bij deze leeftijd hoort en dat je samen zoekt naar wat hun kind nodig heeft, maak je daar echt het verschil.
Wanneer moet je je zorgen maken?
Bij de meeste peuters neemt het bijten af zodra de taal groeit. Blijft het bijten ook na een paar weken gerichte aanpak heel vaak terugkomen, of zie je het nog bij een ouder kind, bespreek het dan met je pedagogisch coach of beleidsmedewerker en samen met de ouders.
Wil je leren hoe je emoties bij jonge kinderen beter leest en begeleidt? Dat doen we in de training Emoties in de kinderopvang, onderdeel van het JipKes Jaarprogramma.
Hoe gaan jullie op de groep om met bijten? Ik ben benieuwd wat bij jou werkt.
Geschreven door Anja Lutz, oprichter van JipKes Trainingen en ontwikkelaar van de Ik Zie Jou Methode. Meer over Anja